Bløfsum

Dat is zoals het hoort te zijn. Wij geloven nergens in. Mijn hersens niet mijn herder. We moeten omhoog. En heel veel beter wordt het niet. Het is dichtbij. En ik terug kom. Jij denkt dat we zinken. Ik heb je lief, ik heb je lief, ik heb je lief, ik heb je lief, ik heb je lief. En dwars door alles heen. Het ronken van de motor is.

Als ik aankom na mijn reis. Je weet niet half hoe ver het is. Waarvan ik weinig weet. Ze heeft de duivel in het bloed. Waar we vrijen en vechten. En verblindend succes. Zoals je nadenkt over zonlicht. Of ben ik hier vooral voor jou. Als ik weer vertrek zoals altijd. Er kon veel teveel. Je telt niet meer de dagen. Dag en nacht. Ooooooh. Waar ik heenga. Steeds sterkere verhalen. Ik zou je willen vragen.

Maar waar iets van achter bleef. Als je echt wilt. Misschien tot morgen. Als de avond uitgestrekt. (eén gevoel, één gedachte). Je komt me weer vertellen. Ben ik nuchter of een dromer. Met hun veel te grote hart. En ik zal bij je zijn. Niets dan twijfel in mijn kop. Het lijkt nog maar zo kort dat ik je ken.

Neem alleen mee wat je dragen moet en waar je. En er zijn leugens over sterren. En een kompas voor als je echt een keer naar huis toe wilt. Ik zeg je, dat we niet meer onbeschadigd zijn. Omdat ik wil dat je m’n naam weet. Ik zag nog je gezicht maar was alleen. Nog niet te laat.

Je hoeft dit niet alleen te doen. Loop langzaam van me weg. Terug. Ooit bij me terug zou kunnen brengen. In het gezegende land. Vechten, want je mist iets. Dat je weer alles zeggen mag. Maar de twijfel blijft bestaan. Maar ieder voor zich. Om te zien wat zwaar is en wat niet. Ik heb nu alles nodig. Wat zou je doen, als ik hier opeens weer voor je stond. Dus we proosten op dagen. Maar als je naar me kijkt, dan zie je niet alleen. Totdat ze stilstaan. Ik voel het nu. En jij wist niet waarom. Ik ben een man als geen ander.

Vernieuwen