Hier staan we, je kunt niet terug. Ik vraag me af waarom. Onverwacht geen enkele gedachte. Kom hierheen. Of kunnen kiezen. Een mooie vrouw kijkt mij strak aan. Zeg hen dan dat ik alleen ben, nu. Ik ben blij dat je hier bent. Er zijn dagen bij, de grootste dansvloer nog te klein. Wij zitten hier in het gammele strandhuis. Alsof je nooit bestaan had. Naar je benen.
En nu schrijnt nog de kleine wond. Er was niets in barcelona. Onaantastbaar lig je naast me in het donker. Maar het voelt goed om koers te zetten. Hé vallende engel. En het zand onder mijn voeten. Dat was ik. En zolang we samen staan. Alsof ze het expres doet. Wraak. Zoals je bruiner wordt dan ik. Alles in mij kleurt.
Ten westen van de zon. Een zinkend schip verlaat ik pas als laatste. Voor iemand zoals jij. Gek hoe heldendom vervaagt. Maar vrij laat leven. In mijn ziel woon ik bij jou. Het ronken van de motor is. Op weg van mijn hart naar mijn mond. Maar wel een beetje in de war. Wachten straten op bewoners. Laat ze rusten in je hoofd. En ook de kleuren van de bomen.
Je kunt niet meer begrijpen. Weg van wat je liefhebt. Waarna ik het zuipen stop. Die een brug was tussen ons. Aan een tafel in het midden. Maar het zal wel iets van suiker zijn. Ik zet een punt en begin gewoon van vooraf aan. Waar we vrijen en vechten. Ik wil wel weg, maar ik kan niet weg. Radio berlijn. In tranen waarmee. En zegt iets tegen mij. Niets heeft. Dit is het einde. En zelfs niet voor jezelf. Maar jij was één met wat je gaf.
Voelt als de zon, warm in m'n rug. Als het tenminste een dag was. Alsof ik nooit iets anders had. Het bloed kruipt toch waar het niet gaan kan. Een engel blijf je toch. Echt niet buiten kan. En de kans op geluk of op zijn minst.