Veel te laf, veel te nuchter. Ook als je naast me ligt, je gezicht opnieuw het mooiste blijkt te zijn. Blik op oneindig. In mijn stad weet niemand nog de weg. En hoe het zo gekomen was. Nu het water ruwer wordt. Zwaaiend met mijn jas. Boven m’n hoofd zie ik de grijze wolken. Maar ik weet dat je niet zo kunt verdwijnen. De herinnering aan later. Naar het water en het zand. En hoe hard je ook rent. Zonder enige twijfel. Iets anders zijn. Zachtjes zingen over dingen die niemand weet. En zingen een afscheidslied. Wijd open voor je klaar.
En waar is dan het kruispunt. Als ik praat, wil ik zoveel zeggen, veel meer zeggen. Neem het oude kompas. En de klok tikt zachtjes door. Zonder jou snap ik er niks van. Meer dan ooit. Kansen die ik krijg.
Leen ons je liefde. Dievegge van de schemer. Met elke zon die opkomt. Kom dichterbij. Kom dichterbij - kom dichterbij. Let niet op mij als ik neurie of zing. Omdat ik wou dat ik een ander was. Ik ben zo moe van slapen. Je hoort de klank. Ik kijk naar mij. En dat staat jou het best. Ik voel ze branden. Ik weet niet of ik op een eiland ben. Ik rij harder weg dan anders. Er loopt een hele diepe ziel. Moet het zo zijn. Laat me dromen dag en nacht. Het volle licht van de dag. Waar het einde ooit begon.
We dromen allemaal dat wij dat zijn. Maar er is niets aan de hand. Heb je mij dan zelf bedacht. Voor jou geen ander. Ik leg me neer elke nacht, elke keer. Ik durf niet meer te hopen. En ik weet wel wat jij zou. Hé vallende engel. Ze blijven wachten. Steek ik vlaggen in de aarde. Naast elkaar. Dagdromer van beroep. Alles is liefde. Je kunt alles voor me doen, we strelen, zoenen net zo veel. De man die ik zal zijn. Vroeger, nu en later. Omdat hij in het donker zat. Waar je even later nog geen stuiver voor zou geven. Kus me in de drukte.
Om niet te blijven zwijgen. Z´n dingen doet. Het is niets, dit is zoals het gaat. Je raakt me vol in het gezicht. M’n huis beschermt niet meer. Uit de fles die voor haar brak. Om nog iets moois te doen. En sla op m’n schouder.