Bløfsum

Ik sta hopeloos alleen op deze stenen. Of slecht weer. Iets anders zijn. En zo weer voorbij is. Het blijft warm zolang het brandt. Ik durf niet meer te hopen. Ik leefde langzaam aan. De oude foto's zijn verkleurd. Wees nog even zoals nu. Als naar het eind van een verhaal. O, het gaat zo makkelijk stuk. Je bent vrij. Het is teveel, het is voorbij. Het ronken van de motor is. Geef niet op. Droeg ik alles op m’n rug.

Wereld van verschil. Dat het waar is wat ik zeg. Valt het tegen nu het lijkt of niemand kijkt. Bijna waar ik zijn moet. Was je maar hier met mij. Het is er altijd geweest. En blijf niet zo, verander nu maar. Vijl de scherpe randen nu maar. Ik was doof. O, het gaat zo makkelijk stuk. Neem me mee naar bed.

Het spijt me niet dat ze niet bleef. Veel te laf, veel te dronken. Er ruist iets in de lucht. Ik denk aan haar gedachten. Maar langzaam kom ik terug. Spijt heb je morgen maar. Ik hoor je zo graag praten. Ik lul met vrienden over het weer. Dan iets haten wat je niet kunt zien. Van weten en geloven. Het is alles wat ik kan. Ik verlangde zelf alleen maar meer naar zwemmen in zwart water. En zo iemand ben jij. En als een vrachtwagen of trein ons noodlot blijkt te zijn. Ik ben blij dat je hier bent.

Verslaven zal ze mij. Recht onder mijn maan. Stormen na jaren dagelijks leven. Droomkoningin is ongekroond. Rust is er nooit, in mijn slaap niet. In de grond. Want honderdduizend dingen zijn te veel om nog te tellen. En de klanken van verlangen. O, komt ooit die dag, die ons voorgoed verbindt.

En ik weet wel, er is niets meer uit. Wees jezelf maar. Ik ben geen hemingway. Ik hou mijn hand op mijn hart. Maar elke zwarte nacht. Voor jou. Halverwege. Er is geen middenweg. Schilder me rood. Gelukkig. Is veel te veel. Voor altijd. Je komt weer bij me langs. Dat is vrijheid. Geef je het dan op. De oude foto's zijn verkleurd. Brengt ons bij elkaar. Ze maken mij wel wakker.

Vernieuwen