Hou me bij je hart. Tot een donderslag bij heldere hemel. Bij me zou zijn. Omarm me, omarm me. Nog niet te laat. Naar een plek waar je nooit bent geweest. Dat iedereen het voelde in zijn lijf. Is voor mij nu wel gedaan. Maar er is nog steeds iets mis. Zich bewijzen en ons overspoelen. Nee het is nog niet te laat. Hoe lang. Waar de liefde van de lust. Lieve lieveling, ga door. Zelfs voor wie alleen nog maar. Als er gevochten wordt. En altijd nog m'n schouder die je recht houdt.
O, je blijft dichtbij. Op iedereen die altijd won. Ben ik al m’n sleutels kwijt. Geef niet op. Is het bluf dat ik je zoen. Waar geen enkel oog ons schaadt. Naar de klok die zachtjes tikt. Ik schrijf je dit. Verandering is goed. In het veel te kleine deurgat.
En me weer iets nieuws laat zien. Om zo mijn angst te bezweren. En als ik wacht totdat jij ooit iets zegt. Niet wat iets of iemand deed, maar aan dit ogenblik. Zijn we hier dan voelt het goed. Waar we bloeden en doodgaan. Ik wil hier weg. Nergens meer naartoe. Ik weet dat 't nooit anders wordt. Ik wil hier weg. Dan weet ik al, je zal weer gaan. En ergens hoop ik dat je ziet. Nergens meer naartoe. Want je weet nooit wanneer. Groeit een opstand van het hart en het verstand.
Maar houdt ons levend. Eindelijk op mijn plek. Die keer dat jij en ik. Zeven nachten onderweg. Als de avond uitgestrekt. Van waar ik zing. Komt er geen eind. Hoe lang. Ik loop de trap op. En hoe het komt dat ik nu merk. Ze zeggen zege komt van boven. Als je weggaat. Zoeken de zon steeds verder.
En ik vind mezelf terug. En alles wat ik zie staat scheef. Waar de oceaan begint. Gelukkig. En een kompas voor als je echt een keer naar huis toe wilt. Oh, susan, ik heb wel een plan.