Bløfsum

Maar dat wil niet zeggen dat. Geef je me gelijk. Het is voorbij. Ik rook een sigaret. En laat het drogen in de wind. Op hun eindeloze reizen ver van moeder, vrouw en kind. Of ik klamp mn vrienden aan. En zo is het ook bedoeld. Dit is tijd maar zonder haast. Valt in snippers uit elkaar. Maar zaterdag. Wees dan hier met mij, nu ik je kan zien. Blijf zoals nu. Als dit alles over is. Ik niet gewoon terug naar huis loop. Altijd. Dus ik ga gewoon naar bed. Ik doe mijn best.

En breng me nergens heen. Zoveel tijd achter de rug. Je hoeft nergens meer. Laag bij de grond. Niets zo blind als twee geliefden. Wat zou je zeggen, als ik vertelde over al die tijd. Maar je weet hoe het is. Wie zul je zijn. Dat weggaan van jou. Ik voel alleen een beetje pijn. Stond ik op de achtergrond. Wijd open, ik sta. Zeven nachten zoeken. Zijn we ooit perfect of net zo onvolmaakt als. Het is de oorzaak van zichzelf. En ik fluister niet, ik praat.

In mijn hoofd, in mijn hart, in de kern en aan de rand. Dertien is een vrijdag vrij die kan niet stuk. Of zullen we zinken. Omdat je dan op eigen kracht moet. Konden proosten op weer een dag. Dat een leven groot is als het. Weet ik meteen ik sta alleen. Gelukzalig zijn of lijken en met jezelf verzoend. Maar jij zou me vinden. Zomaar voorbij. Zolang ik maar zelf mag weten wat ik doe. Elke trage dag. Wees wie je bent en laat me maar gaan. Kijk je verder of dichterbij. Gewogen maar te licht bevonden. Keek ik haar altijd na op straat en vroeg me telkens af.

Wij zitten hier in het gammele strandhuis. Bijna waar ik zijn moet. Donkerrood. Ik hoef niks te bewijzen. In je dagboek en je schriften. En ik vergeet straks. In een wereld van verschil. Voor iedereen. Hoe groot het gat is tussen nu en nooit. Er zijn doven. O, laat deze kans niet liggen. Breng me de tijd in een fles. Dat niets zo mooi en eenzaam is. Er is niet zoiets als echte stilte. Oké, ik weet het, soms ben ik te onattent.

Echt niet buiten kan. Zeg je niks meer terug. Als dit alles over is. Steden overstromen. Om te zien wat waar is en wat niet. En in het donker onderweg dacht ik, oh en ik denk dat ik het zeg. Brachten me tot hier. Dat iedereen wel weet dat dit zo blijft. Denk aan ons verbond voor eeuwig. Doe het vandaag. Mis ik jou opeens en weet niet waar je bent. Geef, geef de moed niet op. Wat zou je doen, als ik dat deed. Ze cirkelt lieflijk om mijn hoofd. Want het gelach gleed eraf. Ontketend zwemmen in zwart water. Want het opent soms de deuren naar. Laat het licht aan. Dan was ik toch dichtbij. Om gewoon ergens te zijn.

Vernieuwen