Bløfsum

Aan uit. En de hemel is de aarde. Breekbaar en als het uiteindelijk valt. We blijven altijd zoeken. Zo eerlijk dat je bloost. Dit ben ik. Je bent veel verder, veel verder, veel verder. Hé vallende engel. Blijf zoals nu. Nog niet te laat. Tegen de ruiten. Maar het is altijd suiker en azijn. Ondanks jezelf, ondanks jezelf.

Neer, we gaan neer. Dat ik altijd blijven zal. Zonder jou snap ik er niks van. ‘k heb geloof in mijn hoofd en mijn handen. Daarom zijn we bang. Zo is het genoeg. Oooh. Maar nooit voor lang. De mooiste verliezers. Ik rook een sigaret. Maar ik zie, voel, weet wat me dwars zit. Daar gaan mensen weg van huis. En er was niets in barcelona. De aarde zet zich vast, ze laat me niet meer gaan. Loop je geluk niet voorbij. Dat is me meer dan eens verweten. Heb jij het woord, vergeet ik je weer even mijn aandacht te geven. Je raakt me vol in het gezicht.

Als dit alles over is. Zo koud is die van mij. Als je weggaat. Voor wie iets durft te zoeken. Gebeurt er niets en kom ik. Ik wilde je vertellen wie ik ben. Een wens blijft maar een wens. Weer opleven. Bang om op te stappen. En er is veel wat je verbergt. Van de blauwe zeeuwse klei.

Wijd open voor je klaar. Ooit had hij het allemaal. Die keer dat ik je zag. De allermooiste straathoek. Of ben ik dat gewoon vergeten. Al gravend in de aarde. Doe het nu en denk niet meer.

Kijk omhoog naar de hemel. Het heeft veel te kort geduurd. Nu het mes aan twee kanten alsmaar zijn werk doet. Wij rijden terug naar de zee. Ooit was ik ook zo’n dief. De man die ik ben. Niet moedig en niet bang. Doodmoe gestreden maar. Je bent bij me. Een zuivere manier. We willen omhoog. Terug naar de wereld. Ze is er nog maar net. Morgen blijft het nacht. Een zinkend schip verlaat is pas als laatste. Een zinkend schip verlaat ik pas als laatste. Als wildgemaakte horden je schoppen als een hond. En er is niemand die iets troostends hoeft te zeggen. Maar er is nog steeds iets mis. Vergeet de misverstanden nu maar.

Vernieuwen