Bløfsum

Ik dacht en ik denk nog steeds dat alles kan veranderen. Dezelfde kleur, dezelfde waarde. Dat ik niet luister naar wat jij eigenlijk vindt. Ik ga nooit meer terug. En zo is het nu. Met m’n ogen dicht. Het is laat en dat zal het. Als het er op aan komt. Maar langzaam kom ik terug. Hoeveel wegen kan ik afgaan. Een man een man. Ik ban het uit mijn hart en lijf. Waar de dingen zijn. Zou je zeggen dat ik een klootzak ben. En die niemand echt verwachtte. Alsof ze het expres doet. Donkerrood.

Ik wil dat je m’n hand pakt. De plattegrond van wie ik ben. Zou je me vinden. En de politie is geweest. Honderdduizend dingen die je doet. Kom je steeds weer terug. Er is altijd nog m'n hand die alles schoon wast. Bewaar me maar niet voor de twijfel en de spijt. Alle deuren staan nog open. Maar ik droom nu niet. Tot je lichaam uitgestrekt. Twee koude handen op mijn lijf. Misschien dat ik weer verder ga. Waarvan ik het bestaan vermoed. Maar zonder water.

Zou je me ooit vinden. Ik lig al aan je voeten. Je had nog mooier mogen worden maar je kon het niet. Maar het meest nog weg van jou. Alsof het hoort zo. Kom dichterbij. Bij me zou zijn. En het is moeilijk te begrijpen. Het allermooiste lied dat je ooit gehoord hebt. Zonder een oordeel. Het houdt maar niet op. Liever houden van een grote geest. Die zich nooit laat verdringen. Weg van huis, weg van de kou. En wie we zijn geweest. Iets anders zijn.

Is niet wat ik zoek. Dertien is een nieuwe dag die ik maar kleur. En in het donker onderweg dacht ik, oh en ik denk dat ik het zeg. Veelzeggend en fel. Hoeveel weegt een ziel. Als je maar zelden ziet. Waar het einde ooit begon. Een zinkend schip verlaat ik pas als laatste. Ik raak erop gericht. Die hand beweegt, maar ligt noch stil. Zo blijf je niemand. Wees nog even stil. Tot hier niet verder ik pas, zo is het genoeg. We horen wel auto’s, maar ze zijn ver weg. Ik vertrouw de onderstroom.

Gelukzalig zijn of lijken en met jezelf verzoend. Dans voor me, naakt. Dit is een aanzoek zonder ringen. Het is eenvoudig om te weten. Je hebt me net gevraagd. In zoutelande. Wij geloven nergens in. Elke trage dag. De terugrit schudt me wakker na een uur. Al weten we nooit wat.

Vernieuwen