Bløfsum

Aan uit. Tot het bittere eind. (eén gevoel, één gedachte). Zoek je naar een ander mens. Dat zijn wij. Als je bloed wilt zien. Wat zou je doen, als ik dat deed. Het licht schijnt voor ons uit. Dat het een gevecht is. Omarm me. Dat ik haar snel heb opgeschreven. Nee, ik wacht niet tot je bij me komt. Zelfs de zwaartekracht verandert. Als ze zat zijn en voldaan. Na de oeverloze weidsheid.

Heb je dan geen idee. Maar ik hoef niet meer naar buiten. En laten we zacht zijn. Hoe lang. Refrein:. Is er niet waar ik op stuit. Tijd om weg te gaan. Kom dichterbij. Onverwacht ik zag je en herkende je meteen. Het wordt beter. Zeven nachten zoeken. Maar zich vertilde aan jouw pijn. Ze heeft de duivel in het bloed. We zijn groter. Wat zou je zeggen, als ik met mijn vingers door je haar zou gaan.

Als ik je zou roepen. Zwaai nog één keer naar mij. In het holst van de nacht. Dat ben ik. Of je moet of je mag. Laat de wijzers draaien. Laag bij de grond. Steelt het daglicht, vaag en moe. Het geeft niet, het geeft niet. Als een hele bijzonder ding. Neem het maar mee voor onderweg.

En wat ermee te doen. In de schaduw van de brug. Het is echt en ik droom tegelijk. Zou je me dan vinden. Leen ons je vlammen. Maar we geloven niet, dat alles ook echt kan. En toen draaiden we ons om. En blijf. En je vrienden hier zijn gek. En als ie valt. Ik moet iets overwinnen. 't is nooit genoeg. Voor jou. Breng het binnenste buiten. Open deuren open ramen. Het stof zit overal, ik krijg het niet meer weg. Of slecht weer.

Als je weggaat. Dat iedereen wel weet dat dit zo blijft. In de hoek ligt mijn rugzak. Omdat het anders wordt. Het waait, het valt, het slaat me neer. Waarvan niemand had gedacht. Alles moet weg, alles moet weg. Terwijl ik jou op handen draag. Ik ben klein. Ik kom naar je toe. Liever houden van een grote geest. Het allerkleinste beetje durft te hopen. Als het al goed gegaan is. Waar de lucht soms nog schoon is.

Vernieuwen