Lipsato

Stapel op jou. En dat er mensen zijn die innig zoenen. Dat je van me houdt. Ik wil gewoon mezelf zijn. Iemand als jij. De koude oorlog die zij voelt is voor hem allang ontdooit. Gelukkig is er altijd deze dag. Dan kom ik nooit meer op het droge. Ben je echt zo dichtbij. Dit heb ik niet verdiend. Wil er niemand me vertellen. Alles om je te vergeten. En ik zal horen wat je zegt. Als er nergens een uitweg verschijnt. Maar dit leven samen gaat aan ons voorbij. En ik zie je gezicht. En de lucht zo blauw. Ik geef je heel mn hart, dus laat me niet alleen.

En verlangt ze terug naar toen. Dan dat ik moet leven met een ander op men huid. 'k tel gewoon de lange dagen. Hij had het willen zeggen. Maar het lukt me niet ze af te remmen. Duizend woorden zeggen niets. Morgen komt zo weer terug. Ik mijn hart. Ik wil voor altijd in je wonen. Je keek me even heel diep in m’n ogen. Heeft jou gemist. Boven de haarde die je lief hebt.

Want dit was je leven. Nee nooit een moment. Als je twijfelt of ik nog steeds naar jou verlang. Geslaagd in het leven. In oceanen. En dat ik jou vergeet. Zo maar weg zonder te knokken. Ik verlies het van de wanhoop. Als m'n hoofd m'n hart vertrouwt. Ik wil me branden aan de zon. Hij wist niet hoe zich te gedragen. Vier seizoenen in een nacht. En het begin. Iedere stap en ieder moment. Waarom ben jij nou niet gebleven. Om een hondje dat daar speelde op het strand.

De stem van iemand als wij. Over kleine misverstanden. Je noemde het inspiratie. Zon of regen. Binnen. Het werd je gegeven. En alles wat wij zijn is zo ongerept en klein. Dus geef je maar over vannacht. Als we schouder aan schouder staan.

Maakt niet uit of je hen kent. En even lijk ik verloren. Kijkt hij door het prikkeldraad. De kabouters en de paashaas zij hebben een alibi. Nee dit kun je echt niet maken. Toch voelt zij geluk van binnen. Je bent het beste wat ik ooit had. Ik ben tevreden met helemaal niets. Ik zie je gezicht. En van kopje onder, raak ik in paniek. Het spel van onze liefde begint je te vervelen ik wijzig steeds de regels weer. Doe jij alleen. Geef je niets meer om mij. De zwarte ridder en sneeuwwitje zij waren het zeker niet. En niemand ziet hoe klein je bent. Als we schouder aan schouder staan. En ik heb niet eens gemerkt. Ooit op een dag. Je trekt een trui van de stapel en je doet hem verkeerd om aan.

Vernieuwen