Bløfsum

Dus ik heb het niet gehaald. Om te zien wat zwaar is en wat niet. Het geld dat rinkelt in mijn zak. Dat er altijd wat is, ook al doe je. Dit is het einde. Goud en zilver. In mijn hoofd, in mijn hart, in de kern en aan de rand. Zijn armen leger dan hij nu kan hebben. Ik wil dat je m’n hand pakt. Dit lied komt altijd terug. Of het ooit terecht is. Gedane zaken nemen nooit een keer. Nu gevoelens en gedachten één zijn. Geen idee en ook geen plan. Elke noot die we zongen, elke letter die we schreven.

Maar voeg het woord niet bij de daad. In gedachten diep verzonken. Maar ik neem het in de hand. Als ik voel: je komt eraan. Ik ben een man als geen ander. Drijf je verder weg van mij. Dit is het einde. Mijn hersens niet mijn herder. Zich zomaar aan me gaf. Was je handen als je wilt. Spijt heb je morgen maar.

Voor jou. Stilstaan was gewoon stilstaan. En ik hoop dat het me ooit zal zijn vergeven. Misschien dat ik je daarom niet begrijp. Nu het water ruwer wordt. En voor wat ze zullen zeggen. Dat de messen zijn geslepen. Al zit het wat verborgen in het lied. Ik weet dat het lekker is. Naar de zee. Laat dan het licht aan voor mij.

Maar waar dan heen. Laat ze rusten in je hoofd. Maar ze zijn er niet meer. Het zit heel diep van binnen. Radio berlijn. Aan iedereen. Oooh. Een stem vraagt waar ik heb gezeten. Als een twijfelende bruid. Zo stil. Ik weet niet of ik op een eiland ben. Dat ik terug kan. Van vroeger, van nu en van later. Steelt het daglicht, vaag en moe. Alles om mij heen verdween. En alle keren dat ik wakker lag.

Doe dan net alsof we halverwege zijn. Alle spijt die we er tijdens over doen. Maar wat ik niet kreeg, was de tijd. Geef me de geest. Zeven nachten zuipen. En het maakt mijn leegte vol. Vreemde wegen. Hier ben ik.

Vernieuwen