Bløfsum

Er is geen hemel en geen hel. Wees dan stil. Zou je zeggen dat ik een klootzak ben. Is dat verkeerd. Het wordt weer nieuwe maan. En zwijgt van wat men hoort en ziet. Dit is het einde. Dit is het begin. Het is dichtbij. Het is voorbij. Wat zou je zeggen, als ik vertelde over al die tijd. Deed ik niets dat ook wel later mag. Je zou janken, je zou vloeken. Zacht in mezelf als het even niet gaat. Die zonder op of om te kijken.

Je kunt alles voor me zijn, mijn engel van plezier. Maar wel een beetje in de war. Dan is het nu de hoogste tijd. Tussen vrijheid en pijn. Alles in mij kleurt. En heel veel beter wordt het niet. Ik voel beter dat ik vrij ben. Wees wie je bent en laat me maar gaan. Heb ik jou dan zelf bedacht. Maar ik wist dat die voorgoed veranderd was. Maar geen tango die ik zing. Wie verwacht er ook dat alles ooit zo groot kan zijn. Zonder een oordeel. Kom hierheen. Wees nog even stil.

Vandaag. Ik vind je prachtig, zoals je bent. Kunnen leven op de plek. Aaaaaah. Je komt me weer vertellen. We hebben lang gewacht. Een oogopslag. Dertien is een vrijdag vrij die kan niet stuk. Neem mijn lijf in je hand. Ik was vergeten wat er leuk aan was. Onmogelijk rood. Na al die jaren. We blijven altijd zoeken.

Want vandaag gebeurt het mij. Er is altijd iemand die je het gevoel geeft dat je niet. Onaangenaam verdoofd. Ik heb geen idee. Blauwe ruis, wat je had gaat nooit verloren. Het niet altijd zo kan zijn. Een zuivere manier. Niet wat iets of iemand deed, maar aan dit ogenblik. Doe jij je best, vergeet ik weer een complimentje te geven. De man die ik zal zijn. Dat alles anders wordt door mij.

Harder dan ik hebben kan. Ik weet dat bescheiden blijven ook een gunst is. Hou vol, hou vast. Dat we onszelf zijn, zonder vlag. Dat niets zo mooi en eenzaam is. Dan weet ik al, je zal weer gaan. Ik kus je tranen weg, vaarwel op de mijne. Dat je van me steelt. Domweg gelukkig. Misschien tot morgen.

Vernieuwen