Lipsato

En dat het dit niet is. Ik zei; ik ben bang voor water, het is mij veel te diep. Alle vragen die ik had gesteld. Ik knipper één keer met m'n ogen en je bent weg, blijft weg, voor altijd. Teken dat ik leef. En weet dat ik van je hou. Tot de lippen stond. En de zon niet langer schijnt. We gaan steeds meer op elkaar lijken elke dag. Komt vast iets mooiers. Zonder jou kan ik niet. Met woorden als wapens. Ik heb gezocht waar ik kon zoeken, hield de wereld op zijn kop, wist zeker dat het niet bestond. Zelfs als mijn hart ooit stopt. Zo dichtbij. Ik wil dat niets veranderd.

Dit zijn de gedachten die ik nooit heb durven delen. Maar toen liep jij. Ik mis je armen om me heen. Ik zit nog in de kamer. 'k tel gewoon de lange dagen. Ik staar over het water. Ogen gefocused, op een punt in de verte. Maar je wilde het niet. Dus neem de tijd.

Kan me niet schelen of ik eenzaam en alleen ben. Zomaar kippenvel. Morgen zal het vrede zijn. In een waas hoor ik je zeggen. Met een luisterend oor voor het kind in jezelf. Het valt allemaal zo mee. Zo oud al. Zijn na wat mooie lentes. Nee ik leef niet in een wereld zonder jou. En ik als enig houvast. Zo stralend en warm als de zon. De ondergaande zon. Dat ik jou niet meer voel. En waarom ben ik nooit compleet gelukkig. Binnen sinds de dag dat ik voor jou viel.

Een droge stilte om mij heen. Gaat dit ooit voorbij. Jouw hand niet meer in de mijne. Ben je nooit alleen. Wat is er meer. Jij van mij bent. Of heb je nu spijt. En drink een goed glas wijn. En zij. De plaatjes, van mannen met tanks en geweren.

Maar men weet dat het er staat. In het kolkende water verdwijnt. Dans maar mee, met de wind. Die je nergens anders vindt. Je kijkt me aan en rekt je uit. Een woord van haar lippen. Ze kent geen dag of nacht. Ze wil nu alleen maar vrij zijn. En ik proef nog steeds je tranen in m'n mond. Het duurt steeds langer voor de maan de lucht verlaat. Was er altijd die ander die dan zachtjes zei.

Vernieuwen