Bløfsum

Was alles in mijn hoofd en in mijn hart. Hoe goed het was vandaag. Ik weet nog alles van die dag. Ik weet best, dat we niet meer onbeschadigd zijn. Brachten me tot hier. We gaan op weg. Droeg ik alles op m’n rug. Roemloos verdrinken. Zijn lang niet zo eenzaam als wij. Stenen die lokken. Van genot en heerlijk lijden. Alles staat stil. Je bent mooier dan ik jou ooit heb gezien.

Het is alsof hier niemand woont. Iemand slaapt en wordt weer wakker. Op een wonder. Ik sta hier vast, ik kan niets doen. En vind jezelf maar in m’n mannenhart. Of is het maar verstreken tijd. Dan het eigenlijk lijkt. Een vluchtweg naar een nieuw begin. Achterover ogen dicht. Buiten de tijd. Hoe groot het gat is tussen nu en nooit. Voor iemand zoals jij. Ik heb altijd gedacht dat de krachten. Jij wist wel wie ik was. Mijn liefste, hier, het stroomt voor jou. Wij hier, de wereld daar. En je kijkt, voelt, verlangt weer naar de tijden.

Ik had gelijk. Het is net alsof je vraagt. En de kracht die je nodig hebt. Ik zie ook wel in dat alles anders gaat. Ik hou mijn hand op mijn hart vannacht. Neem me mee naar bed. En de deur in het slot viel. Om gewoon ergens te zijn. En al was het ook maar even. Vroeg of laat. Vast ooit wel een keer. Vaarwel leegloper. En hij vraagt zich af. Nu de dag weer korter wordt. Je brandt op mijn gezicht. Zag ik de week die in het water lag. Maar ze laat zich nergens vangen. Voor iedereen. Geef het nu niet op.

Dan blijft het stil er komt er. Het lijkt me te donker. Nu ik merk dat ik de weg kwijt ben. Ik sta hopeloos alleen op deze stenen. Wij zitten hier in het gammele strandhuis. Moeilijk dood. Ik hoop maar dat we ergens landen. Omdat we alles zouden kunnen. Langer dan een mens verdragen kan. Voor de onbestemde verten. Het licht schijnt voor ons uit. Ik kan hardop denken bij jou. Moe maar tevreden of. Met schone kleren en een pak. M'n mouwen vol azen. Dat het waar is wat ik zeg. Hangt een wereldkaart te wachten. Keek ik haar altijd na op straat en vroeg me telkens af. Naast je zittend in je auto wil ik nooit meer naar huis.

Als je niet krijgt wat je bestelt. Dat het hoger gaat dan bergen en harder dan orkanen. En of er ruimte is voor nog meer spijt. En ik denk aan haar gezicht. Een andere keer. Je komt dichtbij de volmaaktheid. Ik blijf het proberen, nog honderden keren desnoods. Als de zeebodem breekt en verschuift. Ben ik al m’n sleutels kwijt.

Vernieuwen