Bløfsum

Geef me het gevoel. Waarna ik naar buiten ga. Alles moet weg, alles moet weg. Ooit komen we aan het einde. Er is niemand die het ons kan zeggen. Alles is liefde. Was je maar hier met mij. Ook al is het nog nacht. Woah. Wanneer het eens ophoud. Komen weer samen. Het is nooit gedaan. Met opgeheven hoofd. Voel ik dat je streelt. Groeit een opstand van het hart en het verstand.

Al zo snel. Dat je nacht nog steeds te kort is. Moeilijk dood. En steeds maar willen weten. Op het randje van de slaap. Je weet dat de wijzer blijft draaien. Je bent mooier dan ik jou ooit heb gezien. En zo drijven we verder. Draag wat ik voel terug naar huis toe. Ze helpen mij op weg. Ook al heeft ze net staan verven.

Dertien is een nieuwe dag die ik maar kleur. Verbeten. En de zoete zekerheid. Ooooooh. Bang om op te stappen. Hou vol, hou vast. Blauwe ruis, wat je had gaat nooit verloren. Waar de engelen vallen. Blus de felle branden nu maar. Had ik mijn wekker wel gezet. Met een rotgang wordt genoten. Veel hoger dan de regenboog. Tot de zon alweer te hoog stond. Blijf.

Zoveel meningen. En niet als ik meer dan bewust om mezelf heen ren. Het net zo hard als buiten. De telefoon gaat ik neem op. Omdat hij in het donker zat. En verklaren. Wat zou je zeggen, als ik met mijn vingers door je haar zou gaan. En bewaar me maar niet voor de hitte en de kou. Voel ik wat je wilt. Dat je hebt geluisterd. Dertien is een zwarte dag, maar toch geluk. Zoek je naar een ander mens. Kan dan iemand mij vertellen.

Laat me dromen dag en nacht. Alleen een man van steen daar binnen. Aan uit. En het kan zoveel beter. Alleen voor mij. Terwijl jij schildert met je woorden. Moeilijk dood. Ik kom naar je toe. Hier is alleen nog wat er was. Ik geef je mijn bloed. Ga zitten dit is mijn betoog.

Vernieuwen